Volkoren kaiserbroodjes

Op de dag van de Sinterklaasintocht had ik totaal niks ingepland. En geen plannen betekent verveling. En verveling betekent veel nadenken over het leven en dat kan soms heel vervelend zijn.
Dus om dat te voorkomen, had ik een baksel bedacht wat mij wel redelijk wat moeite zou kosten!

Zaterdag 16 november ging in het teken staan van volkoren kaiserbroodjes… en natuurlijk Sinterklaas.

Valse start

De hele week keek ik uit naar zaterdag. Mijn mooie beeld van vroeg opstaan, de kachel aanzetten, het deeg laten rijzen terwijl ik de Sinterklaasintocht keek en daarna lekkere warme broodjes zou eten zorgde ervoor dat ik motivatie had.

Helaas had ik de vrijdag ervoor een nogal slechte dag. Dingen gingen anders dan gepland en ik voelde me ontzettend ellendig. Dingen die normaal gesproken zouden helpen, zoals praten, werkten deze keer niet meer.

Dus die vrijdagavond zag ik nogal tegen de volgende dag op. Ik had er geen motivatie meer voor, want als ik mij eenmaal ellendig voel, kan ik me niet meer voorstellen hoe ik me normaal gesproken voel. In mijn hoofd zou zaterdag ook een flutdag worden.

Ik wist dat ik dit zelf in de hand had, en meestal helpt dat gevoel van enigszins controle hebben wel een beetje, maar vrijdag hielp dat ook niet. Ik zat er echt helemaal doorheen.

Dus toen ik zaterdagochtend wakker werd, kostte het ontzettend veel moeite om wel gewoon mijn bed uit te komen en aan de slag te gaan.

Ik was inmiddels ook nerveus geworden, want brooddeeg kneden is iets wat je vaker moet doen om te snappen hoe het precies moet. En ik doe het bijna nooit. Dus ik was erg bang dat ik, met mijn al niet zo’n goede humeur, mezelf alleen maar verder het dal in zou trekken als dit baksel ook niet zou lukken.

Daarnaast had ik ook nog amandelspijs en appeltaartdeeg in de koelkast liggen, want op vrijdag had ik eigenlijk aan appeltaart daarmee willen maken. Maar goed, dat ging natuurlijk niet door omdat ik me zo ellendig voelde.

Dus dat betekende dat ik op zaterdag een appeltaart én broodjes moest gaan maken. Nou kon ik de broodjes gewoon laten zitten, maar ergens wist ik ook dat ik misschien wel trots op mezelf zou zijn als ik ze wel zou maken.

Dus gaf ik mezelf een schop onder m’n kont, legde ik de boter uit de koelkast zodat die op kamertemperatuur kon komen en maakte ik tijdens het ontbijt een planning voor die dag.

Ik besloot om door te zetten.

Aan de slag!

Toen de boter eenmaal zacht genoeg was, ging ik bezig met het deeg voor de broodjes.

Ik gooide alle ingrediënten in een kom van de staande mixer en liet die mixer met z’n deeghaak het brood kneden.

Volgens het recept moest het zo’n 15 minuten gekneed worden met zo’n mixer, en dan zou je van een klein stukje deeg een dun vliesje moeten kunnen trekken zonder dat het zou scheuren.

Aangezien ik nooit brooddeeg maak, en dus ook eigenlijk bijna nooit de deeghaak gebruik, had ik geen idee of het goed ging. Ik wist niet eens op welke snelheid de mixer moest staan.

Na 15 minuten was het deeg nog niet goed, dus keek ik even op internet hoe snel je de mixer moest zetten. Het antwoord bleek op middelhoge stand. Dus ik liet het deeg nog even 5 minuten doorkneden op die snelheid.

Maar goed, inmiddels werd mijn mixer nogal warm. Ook was het deeg zo zwaar dat de mixer nogal heen en weer schudde tijdens het kneden. Ik moest hem vasthouden zodat dat ding niet van het aanrecht af zou vallen!

Na die 5 minuten extra kneden, heb ik het nog met de hand een beetje doorgekneed. Ik had er uiteindelijk vrede mee. Er waren vliesjes te zien, maar uiteindelijk scheurden ze wel. Ik wist alleen niet of dat normaal was. Want natuurlijk scheurt iets uiteindelijk wel als je eraan trekt!

Maar goed, ik liet het los en legde het deeg in een licht ingevette kom. Daarop legde ik een doek, waarna de kom voor de kachel ging staan. Het moest een uur rijzen.

Verder met het brood

Na een uur pauze was het inmiddels al 11:00. Het deeg was zeker verdubbeld, dus ik kon verder met het recept.

Ik sloeg de lucht uit het deeg en maakte er 12 bolletjes van. Die legde ik op een met bakpapier beklede bakplaat, waarna ze nog 10 minuten moesten rusten.

De intocht van Sinterklaas zou rond 12:00 beginnen, dus ik had sowieso die broodjes niet af voor die tijd, en dus ook niet voor de lunch.

Na de 10 minuten rusttijd moesten de bolletjes uitgerold worden tot strengen van 35 centimeter. Hierna legde je in iedere streng een knoop, die je dan weer mooi maakte door de uiteinden er goed in te vouwen.

Nou, dit was een gedoe.

Toen ik de uitleg al las van tevoren snapte ik al niet hoe je dan een mooie vorm erin zou krijgen, dus heb ik ook nog een video op youtube opgezocht met een uitleg. Dit hielp ook niet, want ik snapte er alsnog niet veel van.

Maar goed, uiteindelijk lagen de broodjes op de bakplaat, en ze zagen er niet eens zo slecht uit! Ik was natuurlijk op dat moment erg streng voor mezelf, maar toen ik even later naar de foto keek die ik van ze had gemaakt, was ik wel tevreden.

Er moest weer een theedoek overheen en nu moesten ze 45 tot 60 minuten rijzen.

Bakken

Na die rijstijd was het inmiddels al 12:00, dus de Sinterklaasintocht was begonnen. Ik probeerde goed te concentreren op wat daar gebeurde, maar mijn hoofd was natuurlijk de hele tijd bij die broodjes.

Ik heb er 6 lichtjes ingesmeerd met water en die in de oven gedaan. De overige 6 heb ik in een bak gedaan om in te vriezen.

Het was de hele tijd heen en weer lopen van de keuken naar de woonkamer. De intocht was inmiddels al niet meer zo makkelijk te volgen voor me, maar ik genoot er nog steeds wel van.

Na het bakken van de broodjes heb ik er eentje opengesneden. Ik had geen idee of die gaar was, maar het zag er prima uit. Ik heb er wat rosbief op gedaan en nog even opgegeten om te proeven.

Eindresultaat

Het waren luchtige, mooie broodjes. Ze zagen er echt superleuk uit, en waren ook best lekker. Wel een beetje aan de zoute kant helaas.

Net uit de oven zijn ze nog lekker knapperig aan de buitenkant, na een paar uur worden ze zachter, maar alsnog wel lekker.

Ook zijn ze dus volkoren, dus sowieso al wat gezonder dan de ‘gewone’ kaiserbroodjes.

Achteraf gezien waren ze niet ontzettend moeilijk om te maken, dus ik zou er best nog wel vaker mee bezig willen zijn.

En hoe was mijn stemming aan het einde van de dag?

Ik merkte dat ik me de hele dag niet trots op mezelf kon voelen. Wat ik ook deed, het voelde niet goed genoeg.

Ik heb zelfs nog die appeltaart in elkaar geflanst en gebakken, maar ook dat vond ik niet bijzonder.

Het was pas toen m’n vader thuiskwam en ik vertelde wat ik allemaal had uitgespookt, dat ik me begon te beseffen dat ik echt heel goed bezig was geweest.

Ik heb doorzettingsvermogen laten zien, dus dat is zeker iets om trots op te zijn!