Een goede vriendin van mij (en maakster van deze site) stuurde een tijdje terug een foto van een koekje wat ze had gegeten. Het bestond uit een laag koek, daarop een laag karamel met als bovenkant een laag chocolade. Ze zei dat ik het moest leren maken, maar wist niet hoe het heette.
Ik herkende het koekje uit één van mijn bakboeken. Het was millionaire’s shortbread!
Ik beloofde het een keer te maken, maar toen zei ze dat ze graag wilde helpen! Vorige week zaterdag was het eindelijk zover.
Koeklaag
Ik had tegen Evi (die goede vriendin) gezegd dat ze rond 13:00 kon komen, want dan zouden we gewoon op tijd klaar zijn. We hadden al bedacht dat ze mee zou eten tijdens het avondeten, dus het zou goed moeten komen.
Toen Evi was gearriveerd zijn we vrijwel meteen begonnen met bakken. Als eerste moest de koeklaag gemaakt worden. Deze bestaat uit boter (op kamertemperatuur), suiker, vanille-extract, zout en bloem.
Als eerste mengde ik de boter, suiker, vanille-extract en het zout door elkaar. Daarna voegde ik de bloem toe en liet ik de staande mixer het deeg kneden.
Daarvoor hadden we een bakvorm van 20 x 20 cm ingevet en twee randen en de bodem met bakpapier bedekt.
Toen het deeg klaar was, liet ik Evi het op de bodem van de bakvorm verdelen. Daarna moest het 30 minuten de koelkast in.
Samenwerken? Hoe dan?
Iets waar ik al sinds kleins af aan moeite mee heb, is samenwerken. Op school vond ik het vreselijk. Dit kwam vooral omdat ik zelf geen initiatief durfde te nemen en dus achteroverleunde. Niet per sé omdat ik niet wilde of heel lui was, maar vooral omdat ik bang was dat ik hetgeen wat ik zou doen zou verpesten.
Dus natuurlijk had ik Evi van tevoren gewaarschuwd dat het kon zijn dat ik alles zelf zou doen.
De controle aan iemand anders geven vind ik vaak erg lastig. Ik vind het ook moeilijk om duidelijk te communiceren, waardoor ik vaak denk dat iets sneller of makkelijker gaat als ik het gewoon zelf zou doen. Ik weet tenslotte wel wat ik bedoel!
Maar juist doordat ik dit van mezelf wist, vond ik het een mooie kans om te leren samenwerken. Ik zou alsnog de leiding moeten nemen aangezien ik weet waar alles in de keuken ligt en ook meer ervaring heb met bakken, maar ik wilde mezelf uitdagen om Evi ook mee te laten helpen.
Karamellaag
Toen de 30 minuten koelkasttijd voorbij was, prikte Evi gaatjes in het deeg en kon de bodem 20-25 minuten de oven in.
Daarna moest het afkoelen, dus hebben Evi en ik even een spelletje gespeeld.
Toen de bodem afgekoeld was, gingen we aan de slag met de karamellaag. Die bestond uit gecondenseerde volle melk, boter, lichtbruine basterdsuiker, honing en zout.
Dit alles moest je in een pan doen en dat laten koken voor 10 minuten. Daarna zou je, als alles goed ging, een mooie karamel moeten hebben.
Bij ons ging het mis.
Het mengsel werd steeds donkerder en heel dik. Het zag er niet uit! We smeerden het uit over de koeklaag, maar dit lukte bijna niet omdat het meteen stevig werd.
Toen ik een klein stukje proefde, merkte ik dat het heel plakkerig was en uiteindelijk hard werd. Het leek wel alsof het steen werd.

Dus schraapte ik de mislukte karamel van de bodem af, gooide het weer terug in de pan en ging ik nadenken over wat we konden doen.
Ik zocht een ander recept op, eentje met wat meer tips, en daarin stond dat je soms niet die 10 minuten kooktijd moet aanhouden.
Dus besloten we dat recept te volgen!
Er was alleen één probleem: we hadden geen gecondenseerde volle melk meer.
Dus trokken we onze schoenen aan en gingen we naar de winkel!
Poging twee
De eerste supermarkt had het niet meer, de tweede gelukkig wel. We hebben meteen drie blikjes meegenomen voor als het weer zou mislukken.
Bij dit recept moest je eerst de boter smelten in de pan. Daarna voeg je de gecondenseerde melk toe, samen met donkerbruine basterdsuiker. Dit moet je laten koken, maar dus niet per sé 10 minuten.
We hebben het maar kort laten koken uit angst dat we het weer zouden verpesten. In het ergste geval zou de karamel te vloeibaar blijven, maar daar hadden we vrede mee.
We goten de karamel over de koekbodem en lieten het kort afkoelen op kamertemperatuur. Daarna zetten we het in de koelkast om verder af te koelen.

Eetpauze
Het was inmiddels 16:30. Het plan voor het avondeten was eigenlijk pannenkoeken bakken, maar ik had al voorspeld dat geen van ons daar nog zin in had na het bakken van het koekje.
Dus zijn we naar de snackbar gegaan en hebben we een frietje gehaald.

Daarna hadden we weer genoeg energie om het laatste onderdeel te maken:
De chocolade laag
Eerst moest wat pure chocolade getempereerd worden. Ik had besloten om het met de magnetron te doen, want dat is minder gedoe.
Het ging niet heel soepel, want de plastic kom waarin ik de chocolade liet smelten was er niet echt geschikt voor. De chocolade smolt op zich wel, maar aan de randen koelde het ook snel weer af waardoor je een grote brok chocolade kreeg.
Uiteindelijk heb ik de chocolade in een ander bakje getempereerd, en dat ging wel goed. Het nadeel aan dat bakje was dat ie echt gloeiend heet werd, waardoor ik mijn vinger verbrandde toen ik hem uit de magnetron wilde halen.
Toen de chocolade goed genoeg was, goot ik hem over de karamellaag. Daarna tempereerde Evi de witte chocolade, die over de pure chocolade heen gegoten werd.
De laatste stap was een marmereffect creëren door met een vork door de chocolade te tekenen.
Hierna moest de chocolade alleen nog even uitharden, en toen was het eindelijk tijd om het koekje te eten!

Eindresultaat
We hebben de koek door de helft gesneden en daarna er kleine reepjes van gemaakt.
Het is een erg machtig koekje, maar wel ontzettend lekker! Hij is niet te zoet, heeft een knapperige laag chocolade en een knapperige bodem, met daartussen ietwat zachtere karamel. Deze combinatie eet heel prettig.
Het was ook heel gezellig om dit samen te maken, al zeg ik het zelf. Er waren geen ruzies, dus dat is sowieso een goed teken.
Ik zou het zeker vaker maken, want het is best wel simpel om te doen en het resultaat is het ook zeker waard!
