Engelentranengebak

Een week geleden heb ik iets gebakken waar ik nog nooit van gehoord had: engelentranengebak! Ik kwam het recept tegen in mijn map met uitgeknipte tijdschriftrecepten, en het zag er erg leuk uit. Ook vond ik het lekker klinken. Het bestaat namelijk uit een deegbodem en -rand, waarop een kwarkmengsel wordt gedaan. En daarbovenop komt nog een laag opgeklopte eiwitten!

Ik was verkocht, en ging aan de bak.

Bodem en rand

Het deeg bestaat uit boter, bloem, bakpoeder, suiker en ei. Dit kneed je allemaal bij elkaar, waarna je het laat rusten/koelen in de koelkast.

Volgens het recept moest het maar 15 minuten in de koelkast liggen, maar dit vond ik nogal kort. Meestal moet deeg namelijk minstens een uur koelen.

Ik twijfelde enorm aan mezelf en besloot uiteindelijk maar om het 30 minuten in de koelkast te leggen.

Hierna was het tijd om het deeg uit te rollen en in de springvorm te leggen. Volgens het recept moest het in een springvorm van 26 cm passen als ik het deeg in een cirkel van 30 cm rolde.

Nou, ik deed m’n best, maar kreeg het absoluut niet voor elkaar. Het deeg uitrollen lukte wel, maar het leek niet genoeg te zijn om de springvorm te bedekken! De bodem was netjes, maar de randen waren echt niet hoog genoeg om nog een hele vulling erin te doen.

Na twee pogingen besloot ik het op te geven. Ik legde het deeg weer even terug in de koelkast terwijl ik een andere springvorm pakte, eentje van 24 cm.

Ook maakte ik alvast de vulling. Zo kon ik zien of ik ook echt een hoge rand nodig zou hebben, of dat een lage rand ook genoeg zou zijn.

Vulling maken en vorm vullen

Hiervoor mengde ik kwark, suiker, vanille-extract, custardpoeder, één ei, twee eidooiers, slagroom, melk en olie door elkaar.

Nou, nu was het wel duidelijk dat er best veel vulling was. Het was trouwens ook gewoon vloeibaar, dus ik was uiteraard bang dat ik iets verkeerd had gedaan.

Ik haalde het deeg weer uit de koelkast en begon weer met uitrollen. Omdat ik niet altijd de juiste keuzes maak voor mezelf, probeerde ik nog één keer of ik die 26 cm vorm echt niet mooi kreeg.

Maar nee, ook deze poging mislukte.

Ik was nogal gefrustreerd, dus toen m’n vader thuiskwam en hij me wilde laten zien wat hij allemaal had gehaald bij de supermarkt, reageerde ik hier niet heel vriendelijk op.

Maar gelukkig kon hij er wel om lachen, en ik daarom ook.

Ik legde het deeg in de 24 cm springvorm, en dat ging wél goed. Ook niet perfect, want het deeg was inmiddels weer een beetje warm door m’n handen en sowieso had het niet lang genoeg gekoeld, maar het lukte wel aardig.

Ik goot de vulling in de vorm, maar niet alles, want dan zou het overlopen.

Eindelijk kon de taart een uur de oven in!

Pauze

Samen met mijn vader heb ik alle vaat afgewassen, want het was echt een enorme chaos in de keuken. M’n vader kon zelfs geen koffie zetten omdat er gewoon geen ruimte was.

Na het afwassen had ik nog even tijd om bij te komen en een gameplan voor het laatste onderdeel te bedenken: het eiwitschuim.

Ik had inmiddels gezien dat de deegranden een beetje in aan het storten waren omdat het deeg te warm was toen ik het in de oven deed. Ik vond het niet heel erg, maar hoopte wel dat het alsnog gaar zou worden.

Ik overwoog even om toch maar geen eiwitschuim erop te doen, maar anders zou de taart niet af zijn. Ik moest doorzetten, want het zat er bijna op!

En door

Toen de taart nog maar een kwartier in de oven moest, begon ik met het opkloppen van de eiwitten.

Toen die eenmaal schuimig waren, deed ik er beetje bij beetje poedersuiker bij. Daarna klopte ik het stijf op.

Ik had het best wel prima getimed, maar besloot toch nog even te wachten met het eiwitschuim op de taart doen. De taart zag er namelijk nog niet perfect uit, dus liet ik hem nog wat langer bakken.

Na de extra tien minuten baktijd, haalde ik hem uit de oven en smeerde ik het eiwitschuim erop. Dit ging niet heel soepel, want de vulling was wiebelig dus smeren lukte bijna niet. Maar goed, ik accepteerde dat de taart er niet mooi uit zou zijn en deed hem weer tien minuten de oven in.

Toen hij eindelijk klaar was had het eiwit een mooie lichtbruine kleur, was de vulling nog steeds wiebelig en het deeg gaar.

Eindresultaat

Nadat de taart afgekoeld was, sneed ik hem in stukjes. Hij had hele mooie lagen, dus daar was ik erg tevreden mee.

Ook had hij allemaal kleine gouden druppeltjes op het eiwit, wat waarschijnlijk olie is wat erdoorheen gekropen was. Het zag er echt heel schattig uit! Misschien dat daar de naam ‘engelentranen’ vandaan komt?

Ik was een beetje bang dat hij heel erg naar olie zou smaken, maar dat viel gelukkig mee. De rand was lekker stevig, wat fijn was vergeleken met het zachte van de kwarkvulling en het schuim.

Dus al met al een prima stukje gebak! Ik zou de volgende keer alleen wel het deeg goed laten koelen en meteen een springvorm van 24 cm gebruiken.