Chocolade-‘O’-koekjes

Ik heb al een hele tijd het boek ‘Sweet’ van Yotam Ottolenghi, en ik wilde daar graag een keer wat uit maken. Vooral omdat de recepten soms ingrediënten gebruiken die ik niet vaak gebruik, en ook omdat er combinaties worden gemaakt die ik niet zo snel zou maken.

Ik wilde eigenlijk een taart maken, maar heb uiteindelijk toch besloten om chocoladekoekjes te maken. De ‘O’ slaat op Oreo koekjes (waar het een beetje op gebaseerd is), en op nog een paar andere dingen die ik ben vergeten.

Hoe dan ook, dit baksel kostte me in totaal twee dagen om te maken, en heeft me weer veel over mezelf geleerd.

Ingrediënten

Als eerste moest ik alle benodigdheden voor de koekjes halen. Ik had alleen nog geen chilivlokken en geen glucosestroop/-siroop, dus heb ik de vlokken gekocht in de supermarkt en de glucose besteld.

Ook heb ik meteen een uitsteker van 6 cm doorsnee besteld, want zo groot moesten de koekjes worden.

Wat voorafging

Het plan was om zaterdag alles te doen: deeg maken, koekjes bakken en de vulling (waterganache) maken.

Ik had er de hele week al zin in, en ik had echt een mooie planning gemaakt! Maar ik merkte dat naarmate de bakdag dichterbij kwam, mijn stemming steeds meer naar beneden ging.

Niet omdat ik geen zin had in het bakken, maar meer omdat ik geen zin had om überhaupt iets te doen. De herfstdip kwam weer even langs.

Ik zat enorm in de knoop met mezelf. Het lukte me niet om mezelf te activeren, maar tegelijkertijd voelde niks doen ook niet goed. Ik wist ook wel dat actief blijven juist belangrijk is op zo’n moment, maar het is ontzettend lastig om motivatie te vinden als je even niks meer leuk vindt.

Doorzetten

Ik had het uiteindelijk voor elkaar gekregen om het deeg op zaterdag te maken. Ik wilde eigenlijk ook meteen die dag verder met de rest, maar dat lukte me helaas niet.

Ik heb een schema waarin je kunt zien hoeveel spanning ik heb. Het gaat van groen (ontspannen) naar oranje, rood en uiteindelijk donkerrood (uitbarsting). Meestal zit ik in groen of oranje, en donkerrood komt eigenlijk nooit meer voor.

De laatste tijd zit ik wel ietsjes vaker in rood, wat te maken kan hebben met het feit dat de blaadjes van de bomen vallen en ik het dus iets lastiger vind om mezelf gemotiveerd, actief en blij te houden.

Die zaterdag lag ik uiteindelijk ’s middags in bed. Ik was doodmoe, maar het lukte niet om even een dutje te doen. Ik wist niet hoe ik de rest van de dag moest doorkomen. Ik was alleen thuis, en dat zou zo blijven tot zondagavond, want dan kwam m’n vader weer thuis.

Meestal als ik gespannen ben, app ik mijn moeder of haar vriend zodat ze even langs kunnen komen. Dan praat ik van me af en voel ik me niet meer alleen.

Maar die dag wist ik dat zowel mijn moeder als haar vriend aan het werk waren, en ik dus het zelf op moest lossen.

Eerst vond ik dat een doodenge gedachte. Kon ik dit wel? Hoe moest ik dit aanpakken? Wat als het nog slechter gaat?

Maar uiteindelijk realiseerde ik me dat nare en moeilijke momenten óók bij het op jezelf wonen hoort. Het omgaan met die momenten was ook iets wat ik wilde leren.

Ik wilde leren op mezelf te vertrouwen, om een veilig iemand te zijn voor mezelf. En de enige manier waarop ik dat kon leren, was door maar iets te proberen en te kijken of het werkt. En als iets niet werkt, kon ik weer iets anders proberen, net zoals andere mensen ook altijd bij mij doen!

Dus ik ben uit m’n bed gestapt, de tranen van mijn wangen geveegd en ben hardop tegen mezelf gaan praten. Ik stond er alleen voor, en dat kon ik aan. Ik ben sterk en ik ben veilig.

De volgende dag

Zondag werd ik wakker met best veel motivatie. Ik had goed geslapen, en dat was anders dan de nachten daarvoor, want toen sliep ik heel onrustig doordat ik heel druk had gedroomd.

Ik voerde mijn ochtendroutine uit, wat prima ging, totdat ik weer helemaal vastzat in de scrollmodus. Oftewel: ik kon niet stoppen met naar mijn mobiel staren.

Uiteindelijk merkte ik dat ik de helft van de tijd dat ik wakker was geweest (wat 2 uur was in totaal), op mijn mobiel had gezeten. Dit vond ik onacceptabel, maar ik voelde me inmiddels weer zo somber dat ik het lastig vond om er wat tegen te doen.

Mijn moeder was die dag niet aan het werk, dus ik had de neiging om haar te appen met de vraag of ik bij haar mocht zitten de hele dag. Ik was weer bang om alleen te zijn.

Want tja, het was die dag ervoor dan uiteindelijk wel gelukt om alleen te zijn, maar wat als het me deze dag niet zou lukken? Dan zou mijn brein het opslaan als iets negatiefs, en dan zou ik het de volgende keer nog enger vinden!

Maar toen bedacht ik me dat ik veel trotser op mezelf zou zijn als ik het wel zelf op zou lossen! Dan zou ik iets hebben waar ik mezelf aan zou kunnen herinneren als het weer een keer lastig is.

Dus heb ik een bakschema gemaakt, en heb ik die gevolgd.

Bakken

Ik rolde het deeg uit, stak er zoveel mogelijk koekjes uit en legde die op twee bakplaten.

Ik had voor het eerst met een oventhermometer gekeken hoe warm mijn oven écht was als ik hem op 160 graden zette (de temperatuur die de oven moest zijn), en het bleek dat hij veel warmer was. Dus heb ik de temperatuur lager gezet, de twee bakplaten met koekjes in de oven gedaan en heb ik 15 minuten gewacht totdat ze volgens het recept gebakken zouden moeten zijn.

De koekjes waren zelfs na het afkoelen erg zacht, en dat kan twee verschillende oorzaken hebben.

Mogelijke oorzaak 1: ik bak nooit twee bakplaten tegelijkertijd, dus dat zou iets gedaan kunnen hebben met de temperatuur die dan niet alles goed bereikt.

Mogelijke oorzaak 2: ik gebruik die oventhermometer nooit en eigenlijk gaat het altijd wel goed, ik moet alleen alles iets beter in de gaten houden. Dus misschien dat ik de volgende keer ga kijken of het beter gaat als ik de oven gewoon op 160 graden zet.

Waterganache

Toen was het tijd voor de ganache!

Als eerste moest ik kokend water over een mengsel van een half kaneelstokje, wat chilivlokken en sinaasappelschil gooien, wat daarna een halfuur moest trekken.

Terwijl dat bezig was, gooide ik in een andere kom wat kookchocolade met vanillemerg en wat zout.

Toen het watermengsel 20 minuten had getrokken, kon ik aan de slag met de karamel. Ik smolt glucose met wat fijne kristalsuiker in een pannetje, en liet dat koken tot een licht amberkleurige karamel.

De karamel was eerder klaar dan dat de 30 minuten voor het water voorbij waren, dus wachtte ik even. Het watermengsel moest namelijk bij de karamel.

Ik weet niet hoe ik dit voor elkaar heb gekregen, maar in mijn lompigheid heb ik per ongeluk de kom water met smaakmakers om laten vallen terwijl die nog maar 2 minuten ongeveer had moeten trekken.

Dit zorgde voor enorm veel chaos in mijn hoofd, plus stress, plus ook wel een beetje een lachbui.

Ik had geen zin om weer 30 minuten te moeten wachten totdat het water goed was, dus heb ik hetgeen wat nog in de kom zat bij de karamel gegooid, en hetgeen wat op het aanrecht lag heb ik met een doekje bij de karamel geveegd. Niet heel hygiënisch, maar deze keer mocht ik even slordig werken want alleen ik en mijn vader zouden ervan eten.

De karamel met smaakmakers moest nog eventjes koken, waarna het over het chocolademengsel gegoten moest worden. Daarna moest ik een paar minuutjes wachten totdat de chocola was gesmolten.

Na goed geroerd te hebben, voegde ik blokje voor blokje wat boter toe. Daarna deed ik de ganache in de koelkast, waar het 20 minuten moest staan.

Ik dacht dat het geen kwaad kon als het langer in de koelkast zou staan, dus ben ik aan de slag gegaan met mijn avondeten.

Koekjes vullen

Nadat ik had gegeten, vond ik het tijd om de koekjes af te maken. Ik haalde de ganache uit de koelkast… maar die was keihard!

Ik kon de ganache uit de koelkast laten staan en wachten totdat hij minder hard zou zijn, maar ik had daar geen zin in en dus zocht ik op of je ganache in de magnetron kan opwarmen.

Volgens het internet kon dat, dus heb ik het een paar seconden in de magnetron gedaan. Toen was het wel iets te vloeibaar, dus zette ik het 20 minuten in de koelkast.

En toen was het eindelijk tijd voor het vullen van de koekjes! Er sneuvelden een paar koekjes tijdens dit proces omdat ze zo zacht waren en ik ze op een niet zo slimme manier in een bakje had gedaan, dus waren ze gebroken.

Uiteindelijk heb ik 11 koekjes kunnen maken, terwijl het recept zei dat ik er eigenlijk 22 had kunnen maken. Nou had ik dat nooit voor elkaar gekregen, want ik had iets van 30 koekjes gebakken, wat dus 15 koekjes hadden kunnen worden.

Eindresultaat

De ganache is best lekker met de koekjes. De koekjes zelf smaken echt heel sterk naar cacao, maar door de ganache komt er een iets andere smaak doorheen.

Door de chilivlokken voel je soms een lichte tinteling op je tong, en de sinaasappelschil zorgt voor even een andere smaak dan alleen maar chocola.

Dus ja, al met al is het best een prima koekje! Ik denk dat hij beter zou zijn als hij iets steviger was, maar verder ben ik er tevreden over.

Het feit dat ik na het waterfiasco toch kon schakelen en verder kon gaan met de ganache, laat wel zien dat ik sterker ben dan ik denk.

Ik heb voor deze koekjes enorm veel doorzettingsvermogen laten zien, en daar ben ik enorm trots op!

Dit recept komt uit Sweet