Banketbocht

Ik doe nu al bijna een jaar vrijwilligerswerk bij de Lay-Aut, een organisatie in Rhenen waar ze chill avonden organiseren voor jongeren met autisme. Regelmatig bak ik hiervoor.


Op vrijdag 13 december zou de laatste avond van het jaar zijn, en aangezien kerst eraan zat te komen, besloten ze om de avond een kerstthema te geven. Hiervoor vroegen ze aan mij of ik misschien een banketstaaf wilde maken!

Ik zei dat ik het zeker wilde proberen, en dat ik op tijd aan zou geven als het niet lukte. Ik had de week ervoor toch bijna niks te doen, dus ik kon goed oefenen!

Het plan

Ik had besloten om de amandelspijs zelf te maken, aangezien ik dat regelmatig doe. Maar om mezelf iets meer uitdaging te geven, ging ik ook proberen zelf het bladerdeeg te maken! Dit had ik nog nooit gedaan. Ik was er daarom ook een beetje nerveus voor.

Op dinsdag 10 december zou ik een eerste versie van het bladerdeeg maken, en als ik nog tijd over zou hebben ook al een testversie van de banketstaaf. De woensdag erna zou ik, als ik toch geen tijd ervoor had gehad, alsnog die banketstaaf maken. Als ik dan tevreden was over het bladerdeeg, zou ik woensdag alvast nog een portie bladerdeeg maken, en ook nog wat amandelspijs.
Dan had ik alles klaar om op donderdag de tweede versie te maken, en dan had ik vrijdag alles af!

Dinsdag 10 december, bladerdeeg poging

Bladerdeeg bestaat uit bloem, boter, zout en water. Eerst meng je de bloem en het zout, waarna je blokjes boter toevoegt en dat er met je vingers doorheen husselt. De blokjes boter moeten heel blijven, want anders krijg je geen laagjes.

Hierna voeg je het koude water toe, en dat hussel je er ook snel doorheen.


Dit ging allemaal wel, maar toen moest ik het deeg gaan toeren. Dit betekent dat je het eerst moet uitrollen tot een lap waarvan de lengte drie keer zo lang is dan de breedte. Daarna vouw je hem in drieën in elkaar, als een brief. Dan draai je het deeg een kwartslag, rol je hem weer uit en vouw je hem weer in drieën. Dat is de eerste toer.

Ik rolde en rolde en op zich ging het wel, maar een belangrijk punt aan bladerdeeg maken is dat je snel en koud werkt. Door de warmte van mijn handen, het aanrecht en het uitrollen werd het deeg langzaamaan te warm om te gebruiken. Het bleef ontzettend plakken en zag er gewoon echt niet goed uit.

Ik was totaal niet tevreden. Gelukkig had ik de helft van het deeg niet gebruikt, aangezien ik wist dat je voor de banketstaaf maar de helft nodig zou hebben.

Dus die niet uitgerolde helft heb ik in plasticfolie verpakt (en hem al zoveel mogelijk een vierkant vorm gegeven zodat het uitrollen makkelijker zou gaan) en een halfuur in de koelkast gelegd.

Dinsdag 10 december, eerste pauze

Tijdens deze rusttijd zat ik er echt eventjes doorheen. Ik was nu al doodmoe, en ik moest nog van alles doen! Ik was ook redelijk laat begonnen, maar ik had geen idee waarom. Uitstelgedrag waarschijnlijk.

Ik had ook geen idee hoe bladerdeeg er uit moest zien of moest voelen als het nog niet gebakken was, dus het voelde alsof ik maar gewoon wat deed.

Aangezien het nu al veel van me vroeg, wist ik niet zeker of ik het nog een keer wilde doen die week. Ik had inmiddels wel een drukke week, want donderdag zou een Ikea kast bezorgd worden en vrijdagochtend zou ik die in elkaar zetten.

Ik besloot om woensdag, op boodschappendag, ook maar gewoon een rol bladerdeeg te halen in de supermarkt. Als ik dan echt totaal geen zin meer had om nog een keer bladerdeeg te maken, zou ik nog steeds wel een banketstaaf kunnen maken!

Deze oplossing gaf me wat meer rust.

Ik wilde het eigenlijk opgeven. Zelf bladerdeeg maken was wel een beetje overdreven misschien, en wat als het het niet waard zou zijn?

Maar toen dacht ik aan dat ik dan tegen m’n vriend, m’n vader en iedereen aan wie ik enthousiast had verteld dat ik het in ieder geval zou proberen, zou moeten zeggen dat ik het had opgegeven!

Dat wilde ik absoluut niet. Niet omdat ze me zouden afkeuren of teleurgesteld zouden zijn, maar meer omdat ik wist dat ze, als ik mijn twijfels aan ze zou vertellen, allemaal zouden zeggen: ‘Kom op, je kunt het wel! En als het niet lukt, heb je nog een back-up. Het is sowieso leuk om te proberen.’

En dan zouden ze gelijk hebben.

Dus ik wilde doorzetten. Ik wilde dit gaan zien als een leermoment. Een kans om een nieuwe bakvaardigheid te ontwikkelen, en misschien wel iets heel cools neer te kunnen zetten. En als het totaal mislukte, zou ik tóch nog een banketstaaf kunnen neerzetten bij het vrijwilligerswerk.

Maar ergens wist ik ook dat ik niet van opgeven hou. Het is bijna een soort instinct om te stoppen, maar dat is vooral mijn angststoornis. Als ik naar mijn ‘normale’ gedachtes zou luisteren, zou ik denken dat ik het waarschijnlijk nog vele keren opnieuw zou proberen.

Dus in dat halfuur gaf ik mezelf een peptalk, en ging ik weer aan de slag!

Dinsdag 10 december, verder met het bladerdeeg

Ik rolde het deeg uit, wat nu goed koud was, en vouwde het. Daarna rolde ik het weer uit, en vouwde het opnieuw.

Hierna moest het weer een halfuur in de koelkast om te rusten.

Ik twijfelde even of ik het deeg wel de goede richting in had gerold na het vouwen en kwartslag draaien ervan, maar goed, dat was een probleem voor later.

Na het halfuurtje rusttijd toerde ik hem weer één keer, waarna het weer een halfuur in de koelkast moest.

Nu was het eindelijk klaar voor gebruik! Maar daar zou ik de volgende dag pas mee verder gaan.

Dus voor nu maakte ik het aanrecht schoon (wat helemaal onder de bloem zat), maakte ik even snel wat amandelspijs, wikkelde dat ook in plasticfolie en legde dat ook in de koelkast.

Ik was klaar voor vandaag! Als beloning maakte ik een smoothie voor mezelf en heb ik de rest van de dag niet meer zoveel gedaan.

Woensdag 11 december, eerste poging tot een banketstaaf!

Als eerste heb ik de amandelspijs gemengd met ei, zodat het wat soepeler werd. Dit legde ik op een stuk plasticfolie, waarna ik het oprolde. Ik moest er een rol van 55 cm lang van maken.

Met behulp van de plasticfolie ging dat makkelijk én had ik geen vieze handen! En het mooiste vond ik nog wel dat ik het zelf had bedacht. Het stond niet in het recept dat je het zo moest doen, dus dit was zowaar een goed idee van mij.

Hierna heb ik het bladerdeeg uitgerold tot een lap. Ik legde de amandelspijs erop, sneed het bladerdeeg netjes bij zodat het goed zou passen en rolde het deeg om het spijs heen.

Met water smeerde ik het deeg in, zodat ik de naden mooi kon dichten. Hierna legde ik de banketstaaf op een met bakpapier beklede bakplaat. Aangezien de bakplaat te klein was, moest ik de staaf in een bochtvorm neerleggen, dus vanaf toen werd het een banketbocht.

Ik zorgde ervoor dat de naden onderop lagen, smeerde het deeg in met losgeklopt ei en legde het een halfuur in de koelkast om te rusten.

Ondertussen maakte ik het aanrecht weer schoon (het zat weer onder bloem) en verwarmde ik de oven voor.

Het was eindelijk tijd om de banketbocht in de oven te gooien! Ik liet hem 25 minuten erin, en durfde ook pas te kijken nadat die tijd voorbij was, uit angst dat ik al snel zou zien dat het geen bladerdeeg was.

MAAR!

Na die 25 minuten was het daadwerkelijk bladerdeeg geworden! Ik duwde er zachtjes in, en het brak in allemaal kleine stukjes.

Ik haalde de banketbocht uit de oven en sneed er een stukje vanaf. Hij was helemaal perfect! Het bladerdeeg deed wat het moest doen; het bladerde!

Ik was zó trots op mezelf. Ik had iets gedaan wat ik best wel spannend vond, en het was ook nog eens gelukt!

Hierna heb ik weer een portie bladerdeeg gemaakt, en nog een portie amandelspijs.

Donderdag 12 december

Deze dag heb ik eigenlijk niks uitgespookt. Ik kwam vast te zitten in de wachtmodus omdat dus die Ikea kast bezorgd zou worden, maar ook nog eens wat boeken.

Dus ik had besloten dat ik vrijdag de tweede banketbocht zou maken!

Vrijdag 13 december, showtime

Om 6:55 werd ik wakker gemaakt door de wekker, en ging ik uit bed. Ik heb even ontbeten, mezelf aangekleed en opgemaakt. Daarna ben ik aan de slag gegaan!

Om 10:00 zouden mijn moeder en haar vriend langskomen om de kast in elkaar te zetten. Dus voor die tijd moest ik klaar zijn.

Ik maakte een rol van de amandelspijs, rolde het bladerdeeg uit tot een mooie lap en vouwde de spijs er in.

Daarna legde ik het 30 minuten in de koelkast, waarna ik hem weer 25 minuten heb gebakken.

Deze keer had ik iets te veel zelfvertrouwen gehad, want ik had de naden niet perfect weggewerkt. Dit kon ik zien doordat er bij twee plekjes wat amandelspijs uit was gelopen.

Maar het allerbelangrijkste was natuurlijk of hij gaar of niet was, en dat was hij!

Eindresultaat

Bij mijn vrijwilligerswerk waren ze erg enthousiast! Eén iemand wilde het recept hebben, een ander zei dat je ze nooit zo lekker bij de supermarkt kunt halen. Ook zei iemand dat je de roomboter goed kon proeven.

Ik was ook erg tevreden ermee! De spijs was lekker zoet, en paste heel goed bij het bladerdeeg. En nog steeds was ik natuurlijk ontzettend trots op het feit dat het daadwerkelijk bladerdeeg was geworden!

Nu ik eenmaal weet hoe je bladerdeeg kunt maken, wil ik dat zeker wat vaker gaan doen! Ik ben er nu niet meer zo bang voor.

Ook weet ik nu dat ik gewoon alles een keer kan proberen. Lukt het? Dat is dan mooi meegenomen! Lukt het niet? Dan probeer ik het waarschijnlijk een jaar lang niet meer, maar ooit ga ik het heus nog wel proberen.

Dit was een heel lang verhaal, maar ik ben er gewoon heel erg trots op!