Bananensoesjes

Mijn moeder wilde graag dat ik bananensoezen ging maken. En dan niet de standaard bananensoezen, die wat langwerpiger zijn, maar gewone soesjes met een bananenvulling. Aangezien ik daar geen recept voor had ik m’n bakboeken, moest ik zelf onderzoek gaan doen!

Knippen en plakken

In één van mijn bakboeken staat een recept voor soezendeeg. Dus dat was makkelijk gevonden.


Daarna ging ik op zoek naar hoe ik de vulling kon maken. Op een site zag ik dat mensen bananen met een staafmixer pureerden, waarna ze het door opgeklopte slagroom met poedersuiker spatelden. Dus dat werd de vulling.

Daarna ging ik nog onderzoeken hoe ik het mooie gele laagje op de soes kreeg, en daar had ik dus gele chocolade voor nodig. Daarop wilde ik wat pure chocolade besprenkelen voor een mooi effect.

In totaal heb ik uit drie recepten iets gehaald wat ik leuk vond, en die bij elkaar geplakt in één recept.

Gevoel

Het viel mij al snel op dat ik redelijk ontspannen was voordat ik begon met bakken. Ik had er vertrouwen in dat de soezen zouden lukken, aangezien ik al een keertje soesjes heb gebakken.

Natuurlijk probeerde Abel de Angststoornis soms wel mij bang te maken door alles op te noemen wat er verkeerd kon gaan, maar hij overheerste niet. Het hield me niet tegen, en ik kon gewoon er aan beginnen.

De stress kwam eigenlijk pas toen ik echt aan het bakken was.

Soesjes

Ten eerste moesten de soesjes gebakken worden. Dus daar moest soezendeeg voor worden gemaakt.

Allereerst doe je melk, water, zout en wat boter in een pan. Dat laat je langzaam koken, maar de boter moet wel gesmolten zijn voordat het kookt.

Daarna haal je de pan van het vuur en voeg je in één keer bloem toe. Na even goed door te roeren zet je de pan weer op het vuur en laat je de bloem al roerend garen.

Dit is dus een heel belangrijk onderdeel! Als je de bloem niet lang genoeg gaart, rijzen de soesjes niet in de oven.

Als je lang genoeg hebt geroerd, doe je het deeg in een kom en laat je het even afkoelen.

Hierna voeg je één voor één de eieren toe. Het recept wat ik gebruikte, zei dat ik 3 à 4 eieren moest toevoegen. Het vierde ei mocht ik alleen toevoegen als het deeg daar niet te dun van wordt.


Dit is dus het tweede wat er verkeerd kan gaan bij soezendeeg. Als je deeg je te dun is, kun je het niet meer gebruiken. Dan loopt het teveel uit op de bakplaat en krijg je geen mooie soezen.

Na het derde ei was mijn deeg niet soepel en glad genoeg, dus voegde ik nog een half ei toe. Dat was nog steeds niet voldoende, dus voegde ik de andere helft ook maar toe. Dit vond ik best spannend, want ik had maar één keer soezendeeg gemaakt hiervoor en toen hoefde ik maar 3½ ei erin te doen.

Maar het ging goed! Het deeg was perfect en bruikbaar.

Ik spoot mooie hoopjes deeg op een bakplaat met genoeg tussenruimte, en zette het in de oven.

De ongebakken soesjes

Toen was het tijd voor het derde stressmoment: als je de oven te vroeg opendoet, zakken je soesjes weer in. Je moet dus echt ervoor zorgen dat je goed gebakken zijn.

Het recept zei dat ze er 20-25 minuten in moesten, maar ik heb na 18 minuten de oven uitgezet en op een kier gezet. Zo liet ik ze nog 10 minuten in de oven staan, en gelukkig bleven ze mooi bol.

Ik heb zelfs nog een tweede lading soezen gebakken, die ook allemaal gelukt waren!

Vullen

Nadat de soezen waren afgekoeld en de vulling was gemaakt, was het tijd om de soesjes te vullen!

In het recept wat ik had, stond dat de vulling een paar minuten in de koeling moest staan voor gebruik. Bij een paar minuten denk ik aan maximaal 5 minuten, dus dat deed ik.

Ik sneed kleine gaatjes in de soesjes, vulde na het koelen de spuitzak met de vulling en probeerde het eerste soesje te vullen.

Dit ging niet soepel.

De vulling liep er gewoon uit, ik kreeg het spuitmondje niet in de soes en dus was het een enorme kliederboel.

Uit frustratie nam ik maar een pauze. Ondertussen vond ik een ander recept waar ze dezelfde soort vulling gebruikte, maar in dat recept stond dat je het een halfuur in de koeling moest zetten. Dus tijdens mijn pauze stond de bak met bananenslagroom netjes in de koelkast.

Poging twee. Een kleiner spuitmondje, kruisjes in de soesjes zodat ik het spuitmondje perfect in het midden kon duwen, koele bananenslagroom en een minder volle spuitzak. Deze aanpassingen hebben ervoor gezorgd dat poging twee ook mijn laatste poging was, want het ging super goed!

Nog steeds was het een kliederboel, maar dat kwam omdat soms de vulling aan de bovenkant van de spuitzak eruit kwam, maar dat is standaard zo bij mij als ik een spuitzak gebruik.

Decoreren

Toen was het tijd om de soesjes mooi te maken! Nou vond ik ze natuurlijk al prachtig, maar een laag gele chocolade met daarop nog wat streepjes van pure chocolade zou nóg beter staan.

Ik wilde wel eerst even checken of het überhaupt lekker zou zijn, die chocola op een bananensoes. Dus ik smolt eerst een klein beetje gele chocolade au bain-marie, waarna ik een paar soezen erin dipte.

De gedipte soezen legde ik op een rooster met bakpapier om uit te harden. Daarna ging ik kijken of ik de pure chocolade kon tempereren, want ik heb gehoord dat de chocola dan een mooie glans krijgt als hij uitgehard is.

Toen ik dat had gedaan, probeerde ik eerst met een vork mooie lijntjes op de soezen te sprenkelen. Dat ging totaal niet, want de chocola gleed niet er vanaf zoals ik wilde.

Toen probeerde ik het met een theelepeltje, maar daar kreeg ik dikke klodders van omdat ik het gewoon rustig wilde laten vloeien over de soezen.

Ik was er niet helemaal tevreden mee.

Mijn moeder kwam even langs om te proeven of ze de soezen met chocolade lekkerder vond dat degene zonder chocolade. Het oordeel: het maakte qua smaak niet heel veel uit, maar qua uiterlijk zag het er wel leuker uit.

Ik besloot alle soezen met chocolade te bedekken. Dus smolt ik de gele chocolade weer au bain-marie, en dipte ik samen met mijn moeder de soezen erin.

Daarna waste ik de kom van de gele chocolade af, en deed ik er pure chocolade in. Ik verwarmde de pure chocolade ook au bain-marie, maar toen kwam ik weer bij de stap waar ik daarvoor moeite mee had.

Mijn moeder kreeg de techniek al snel door: je moet de vork/lepel gewoon de hele tijd heen en weer wiebelen, zodat de chocolade er vanaf valt op random plekken. Nu ik het zo typ klinkt het super logisch, maar toen was het net alsof mijn moeder een hele nieuwe techniek had ontwikkeld, zo onder de indruk was ik.

Hyperfocus

Deze soezen namen mijn hele brein over die dag. En de dag daarvoor. Eigenlijk sinds ik een recept voor ze had bedacht, kon ik bijna nergens anders meer aan denken.

In het begin kwam het doordat ik ze zo graag wilde maken om te kijken of het een goed recept was, maar toen ik ermee bezig was, gingen de gedachtes vooral over of het wel goed was en of het zou lukken.

Vooral de soezen zelf bakken was echt doodeng. Abel had namelijk bedacht dat ik misschien gewoon beginnersgeluk had gehad de vorige keer, dus ik kon niet compleet ontspannen toen de soezen in de oven stonden, maar ook niet toen ze klaar waren.

Ik bereidde me er constant op voor dat ze zouden instorten, dus hield ik ze constant in de gaten. En als ik dan even afleiding zocht, stond ik toch 3 minuten later weer voor die oven om naar de soezen te kijken.

Eindresultaat

Maar het blijkt dat ik dus gewoon soezen kan bakken! Het was geen beginnersgeluk, maar ik ga ook niet zeggen dat ik het onder de knie heb. Ooit gaat het vast mislukken, maar dat hoort er ook bij.

Ik ben in ieder geval echt super trots op deze soesjes! Ze zijn erg lekker en zien er ook heel leuk uit!